14 juni 2017
Benjamin

Vooronderstellingen van NLP

NLP Vooronderstellingen, welke zijn er en waar kennen ze hun roots? Het ontstaan van NLP in de jaren 70 bracht een enorme verschuiving teweeg binnen therapeutische kringen. Psychologen waren in die dagen voornamelijk geïnteresseerd in de vraag “waarom” bepaalde gedragingen zich voordeden en besteedden een hoop tijd en geld aan het achterhalen van mogelijke oorzaken. NLP ging direct naar het “hoe” het probleem kon worden opgelost. Beoefeners van NLP lieten zien dat zij een fobie in een half uur konden oplossen. Vanaf dat moment werd NLP steeds meer en meer ingezet als therapeutisch instrument ter verbetering van de persoonlijke effectiviteit. NLP heeft sinds de ontwikkeling door Bandler en Grinder een enorme ontwikkeling doorgebracht. Werd NLP in het begin voornamelijk gebruikt binnen therapeutische sessies, tegenwoordig wordt het op vele gebieden toegepast waar mensen communiceren, met anderen of met zichzelf.

NLP wordt door Richard Bandler gedefinieerd als een attitude, een houding, vormgegeven door een methodologie wat resulteert in een grote hoeveelheid technieken. De attitude, methodologie en technieken zijn gebaseerd op zekere vooronderstellingen. Deze worden ook wel de bouwstenen van NLP genoemd. Het zijn de vooronderstellingen waarop alles binnen NLP is gebaseerd. Enkele belangrijke vooronderstellingen binnen NLP zijn:

1. De map is niet het gebied (“The map is not the territory”)

Wat we zien, horen en voelen is niet de realiteit, of de absolute waarheid. Het is (slechts) een interpretatie van de werkelijkheid door onze hersenen. Alles wat je ziet, denkt, hoort, voelt, ruikt en proeft wordt gemaakt door onze hersnenen als reactie op externe gebeurtenissen. Onze ervaringen worden eerst gekleurd door onze hersenen waarbij er een virtuele werkelijkheid onstaat, een map. Je kunt het vergelijken met de kaart van jouw stad. De kaart is niet het gebied, maar het is vergelijkbaar en het zorgt ervoor dat je komt waar je zijn wilt. Mensen reageren op situaties die overeenkomen met hun kaart van de wereld. Als je je bewust bent van deze kaart, kun je de invulling die je geeft aan situaties ook veranderen en zo je eigen werkelijkheid en de werkelijkheid om je heen veranderen.

2. Lichaam en geest zijn verbonden met elkaar en beïnvloeden elkaar voortdurend.

Lichaam en geest zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar wederzijds . Dit principe wordt door de moderne psychiatrie ook (soms deels) erkend en pragmatisch ingezet. Psychiaters schrijven patiënten met lichte of milde depressieve klachten steeds vaker bewegingstherapie voor, al dan niet gecombineerd met medicatie. Kortom, je lichaam in beweging brengen (hardlopen, zwemmen, wandelen, fietsen) waardoor je de stoffen in je brein (serotonine, dopamine, etc.) gaat beïnvloeden en je gemoedstoestand direct verandert.

3. Alle informatie die we vanuit de buitenwereld ontvangen, volgt in ons hoofd een bepaald representatiesysteem.

We hebben vijf zintuigen waarop onze hersenen informatie ontvangt en verwerkt. Er zijn vijf representatiesystemen: visueel (zien), auditief (horen), kinestetisch (voelen), olfactoir (ruiken) en gustatoir (proeven). Alles wat we doen heeft een bepaalde volgorde. Voordat je gaat beslissen wat je gaat eten, maak je misschien een plaatje van jezelf terwijl je iets aan het eten bent waarop je zegt “dit lijkt me wel lekker” en vervolgens krijg je een nog meer hongerig gevoel. Zo ook met klachten als angst, depressie of boosheid.

4. Respecteer ieders model van de wereld.

Nu dat je weet dat we leven in een virtuele wereld en we onze eigen ervaringen creëren, kun je ieder andere persoon respecteren omdat iedereen bezig is gebeurtenissen om te zetten in ervaringen. Het verschil is alleen dat jij nu weet dat je met een kaart werkt. Meeste mensen denken dat wat zij voelen en denken echt is. Respecteer dat. Echt contact met iemand anders wordt gecreëerd wanneer je kunt stappen in de kaart van die andere persoon en geleidelijk de map van die andere persoon vergroot.

5. We kunnen niet niet-communiceren.

Alles wat we zeggen of niet zeggen heeft effect op de boodschappen die we uitzenden.

6. De manier waarop we communiceren heeft invloed op perceptie en ontvangst bij de ander.

Op hoeveel manieren kun je zeggen “jij bent de beste”? Doet het eens. Gebruik verschillende tonaliteiten, tempo in je stem. Verander de manier waarop je staat, de focus van je ogen en je houding. De woorden zijn hetzelfde, maar de manier waarop je deze woorden communiceert maakt een enorm verschil.

7. Gedrag en identiteit zitten op verschillende niveaus.

Wat je doet en wie je bent zijn twee verschillende dingen.

8. De kwaliteit van je communicatie is de reactie die je krijgt.

Deze vooronderstelling dwingt je om volledig verantwoordelijkheid te nemen voor de resultaten die je behaalt in je communicatie. Als je een respons krijgt die je niet bevalt, is het dus slim wanneer je je communicatie kunt veranderen. Iedereen gedraagt zich vanuit zijn of haar eigen wereldmodel. Als je naar iedereen communiceert vanuit alleen je eigen wereldmodel, zul je niet de reactie krijgen die je wilt. NLP gaat over resultaten. Als iets niet werkt, probeer iets anders. Je communiceert niet alleen om jezelf te horen, toch? Je communiceert omdat je een reactie wilt van iemand anders. NLP leert je om gedrag aan te passen om zo de resultaten te krijgen die je wilt.

9. De persoon die het kader voor de communicatie stelt, beheerst de communicatie.

Als je een camera gbruikt, neem je niet een foto van alles wat je om je heen ziet. De lens ‘kadert’ hetgeen je op focust. Degene die dit kader binnen communicatie bepaalt, bepaalt de communicatie. Een voorbeeld:

Jij: het is gezellig in het park. Laten we naar het park wandelen (kader: het park is gezellig)

Je partner: het is donker wanneer we er zijn (kader: donker is niet goed)?Jij: ohhh..lekker. Op die manier kan niemand ons zien J (kader: donker is goed)

10. Er is geen falen, er is alleen feedback.

Er is alleen falen wanneer je niet geleerd hebt van wat er gebeurd is. Je kunt je gedrag voortuderend veranderen om de resultaten te verkrijgen waar je naar op zoek bent.

11. De persoon met de meeste flexibiliteit is degene met de meeste keuzes en dus de meeste invloed.

Zorg ervoor dat je model groot genoeg is om te kunnen kiezen uit een grote hoeveelheid gedragingen.

12. Weerstand duidt op gebrek aan rapport (‘contact’).

Met de juiste hoeveelheid rapport kun je iemand overtuigen van bijna alles. Je kunt letterlijk de kaart veranderen waarmee ze de wereld bekijken. Als je weerstand ervaart (verbaal of non-verbaal), is het nodig om een stap terug te doen en in de wereld van de ander te stappen om weer rapport te creeëren.

13. Mensen hebben alle noodzakelijke hulpbronnen zin zich om succesvol te zijn.

14. Mensen zijn in staat om te leren van slechts één ervaring.

Deze vooronderstelling stelt Pavlov in een geheel nieuw licht. Mensen kunnen alles met elkaar associeren direct op één moment zolang de ervaring maar intensief genoeg is. Het is op deze manier waarop fobieën ontstaan. Als iemand in een vliegtuig stapt die vervolgens gedurende de vlucht een noodlanding moet maken, kan er een aanzienlijke fobie zijn ontstaan voor vliegen.

15. Ieder gedrag heeft een posieve bedoeling, ieder gedrag was ooit eens iemands beste keuze.

Dus als je iemand of jezelf wil veranderen is ht zinvol om meer keuzes te identificeren.

Deze vooronderstellingen zijn de bouwstenen van NLP. Maar zoals elk vakgebied, ontwikkelt ook NLP zich bijna dagelijks. Ook de bouwstenen breiden zich hiermee uit tot een steeds meer gefundeerd bouwwerk.